Luuk

Ik heb al dagen niks gegeten, alleen een paar paddenstoelen in het bos. En toen gingen de bomen tegen me praten – en de dieren. En ze zeiden me dat er een spion was, een verrader, in ons midden… En dat ik uit moest kijken… Dit is niet zomaar een plan, liefje. Een overval plegen, naar het buitenland vluchten met de buit, een nieuw leven beginnen. In Parijs. De showbusiness. Ik weet niet meer wie ik kan vertrouwen… Iedereen zit me achterna, en de bomen fluisteren, dat het eraan zit te komen: het beslissende moment, waarop alles zal veranderen. Hoor je de bladeren niet ritselen? Luister…”

DOLOCHOV

“De dood van de auteur betekent in zekere zin ook de dood van de overlevering, van de levenslijn door de geschiedenis heen. Met deze inleiding is hopelijk de eerste aanzet gegeven om de auteur weer tot leven te laten komen. Dit is aan niemand anders dan aan ons. De volgende woorden na Nietzsche’s “God is dood” luiden: ‘God blijft dood! En wij hebben hem gedood.’ Er rest ons niets anders dan die plek zelf in te nemen en die eer aan te doen.”

Luuk Ritmeester

(1997) schrijft het liefst om te lachen. Maar wat valt er nog te lachen? Geteisterd door het leed in de buitenwereld en zijn eigen binnenwereld, zal hij eerder huilen. Maar wat is verdriet? En hoe ga je daarmee om? In zijn schrijven gaat hij op zoek naar de verborgen verlangens van zichzelf en zijn personages en probeert hij de existentiële crisis met humor te vergeten, te verdiepen of – hoe tijdelijk ook – te verlichten. Zijn afstudeerwerk leidde hem van Tolstojs Oorlog en Vrede naar (o.a.) Ian Brennans Glee naar Heideggers Zijn en Tijd. Nochtans de vraag: wat heeft dat met elkaar te maken? Luuk schreef tijdens zijn studiejaren o.a. een komische bewerking van King Lear voor De Theatertroep, Historia Arcana voor Landelijke Organisatie Studententoneel (LOST) en een avondvullende bewerking van Midzomernachtdroom en Jungleboek voor Theaterplan. Zijn stage liep hij bij Woef Side Story van Pieter Kramer en Don Duyns bij Theater Rotterdam.