Loïs

Lois

“Met een pot thee in mijn ene hand en mijn laptop in mijn andere loop ik naar boven. Vlak voor ik de trap naar de zolder op stap, roept mijn vader nog of ik het zeker weet. Vlinders vliegen door mijn buik, zenuwen gemengd met twijfel. In mijn zolderkamer, op mijn bureau, liggen ze te wachten. In twee stapels verdeeld kijken ze me aan; de dagboeken van mijn oma. Buiten waait het hard. Regendruppels slaan tegen de ramen. Van onder de bank kijkt de kat met grote ogen naar het onrustige weer buiten. Zijn staart zwiept stof de lucht in. Ik ga zitten, adem diep in en sla met trillende handen de eerste klapper open.”

 

Voor ‘Wanneer we vallen, vangen we onszelf’ ben ik de dagboeken van mijn oma ingedoken. Dat mijn oma bijzonder was, dat wist ik als kind al, maar dat ze zo onwijs veel mee had gemaakt in haar leven, leerde ik pas vele jaren later.

 

Haar dagboeken waren gevuld met brieven aan haar overleden dochter. In dit verhaal heb ik geprobeerd de levens van deze twee vrouwen, die zo met elkaar vervlochten waren dat ze bijna samen ademden, te vertellen. 

 

Hieronder vinden jullie een voorproefje. In de tijdlijn, die ongeveer ⅓ van het verhaal beslaat, vind je enkele filmpjes waarin Nyncke Beekhuyzen en Gonny Gaakeer hoofdstukken uit het leven van mijn oma en mijn tante voorlezen. 

De tekeningen zijn gemaakt door mijn zus, Laura Luca.

-

1933, 16 jaar
Op het strand in Scheveningen ontmoet mijn oma een vreemde. Ze is op slag verliefd. Negen maanden later is de vreemde weg, maar heeft mijn oma een kleine souvenir in de vorm van een dochter.
1933, 16 jaar
1934, 17 jaar
Geboorte van Coby.
1934, 17 jaar
1934, Scheveningen, Frieda 17 Jaar
1934, Scheveningen, Frieda 17 Jaar
1934-1937
Een buitenechtelijk kind is een schande voor de familie. Er wordt gekozen te verhuizen naar een nieuwe buurt. Daar kunnen ze doen alsof Coby het zusje in plaats van de dochter van mijn oma is.
1934-1937
1938
Mijn oma ontmoet een nieuwe man. Ze trouwen. Eindelijk mag ze Coby vertellen waar ze vandaan komt.
1938
1938, Scheveningen, Frieda 21 Jaar
1938, Scheveningen, Frieda 21 Jaar
1940-1945
1940-1945 De oorlog. Als alleenstaande moeder met drie kinderen in de hongerwinter is ze sterk afhankelijk van Coby. Coby gaat met haar fiets langs de boerderijen op zoek naar eten, ze is amper 10 jaar.
1940-1945
1948
Coby en mijn oma fietsen over de veluwe. Coby wordt overvallen door moeheid en naar het ziekenhuis gebracht. Ze heeft suikerziekte.
1948
1948-1954
Ze groeien op. Coby als meisje en Frieda als moeder. Ze kunnen niet zonder elkaar. Telkens als ze samen in een kamer zijn, trillen de muren van hun gelach.
1948-1954
1954
In de bus ontmoet Coby een man, Gé. Hij is een privé-detective en neemt haar in de jaren die volgen mee de hele wereld over. Nog verder dan ze dromen kan.
1954
1957
Midden in de nacht krijgt Coby een miskraam. Door haar suikerziekte blijkt ze geen kinderen te kunnen krijgen.
1957
1958
Coby besluit haar vader te gaan zoeken. Gé, de privé-detective, wil haar helpen. Mijn oma vindt dat je een man die nooit in je leven is geweest geen vader kan noemen. Coby gaat toch. Hierna wisselen ze jarenlang geen woord meer met elkaar.
1958
1959
Coby ziet haar vader, of de man die dat zou moeten zijn. Toch is hij niet meer dan een vreemde die vriendelijk naar haar knikt op straat.
1959
1960
De stilte tussen oma en Coby duurt al jaren, tot op een ochtend Coby voor de deur staat. Als magneten worden ze naar elkaar toe getrokken en binnen enkele minuten trillen de muren van hun gelach.
1960
1965
‘s Ochtends vindt mijn oma Coby. Verstijfd, liggend in bed. Een barbiepop, zijn de woorden die ze gebruikt om haar te omschrijven. Net een barbiepop.
1965
1965, Scheveningen, Frieda 48 Jaar
1965, Scheveningen, Frieda 48 Jaar

Loïs Luca

Loïs Luca kijkt het liefst om zich heen, op zoek naar verhalen die op straat liggen. In elk detail kan een wereld schuilen die groter is dan haar eigen fantasie. Via proza, poëzie, theater en scenario laat ze ongewone perspectieven tot leven komen. Van vleermuis tot straatsteen en molecuul tot buurvrouw, elke dag zet ze een andere bril op. Welk verhaal hebben zij haar te vertellen?