Daniël

Daniel

Ik ben Daniël Klunder, schrijver van het toneelstuk “Echte mannen zijn van bordkarton”.
Een stuk over de worsteling met mannelijkheid, liefdesverdriet en een verlangen naar intimiteit. Naast het toneelstuk heb ik ook een onderzoek gedaan dat de titel: “Misschien moet ik gelijmd worden” heeft gekregen. Een onderzoek over mannelijkheid, intimiteit en seksualiteit. Van beide werken zijn er hier kleine teasers te bewonderen.

Over mijn werk zou ik het volgende willen zeggen:
Het is altijd mijn doel om vanuit een pijn of frustratie, iets zinnigs te kunnen zeggen. In combinatie met wat bijtende humor, wil ik graag de mensen de absurditeit laten zien van de echte wereld. In dit toneelstuk ben ik echt helemaal los gegaan. Er is een koor met mannelijke mannen, trippy drag shows en een eindeloze, filosofische discussies over wat liefde nou eigenlijk is.

Ik hoop met dit werk, in combinatie met mijn onderzoek, mensen een inkijkje te geven in een wereld die ze misschien nog niet zo goed kennen. En ze te laten nadenken over hun eigen blik op wat het betekent om een man te zijn en je kwetsbaar op te stellen.

Voor vragen, opmerkingen, complimenten of (een van) beide werken ben ik te bereiken op het email-adres: daniel.klunder@hotmail.com

-

“Van die sterke armen, waar je alleen maar van durft te dromen dat ze om je heen geslagen worden. Die spieren zijn het gevolg van het gewicht van de mannelijkheid wat ze continu met zich meedragen. Eigenlijk hebben ze daar heel veel spierpijn van en zouden ze best even willen zitten. Maar dat doen mannen natuurlijk niet.”

“Je kan een man niet leren kwetsbaar te zijn, als alles in zijn wereld hem vertelt dat dat ingaat tegen de natuur van man zijn.”

Copyright Erik Kerssen

Misschien moet ik gelijmd worden

03-01-2020, OBA, Amsterdam

Aan: De lezer

Ik zit hier in de bibliotheek, omgeven door boeken, vol met zinnen, zoekend naar woorden. De woorden om te beginnen, want dat is toch altijd het moeilijkst. Deze brief moet een begin zijn van mijn onderzoek. Een soort introductie in mijn wereld en gedachtegoed.

Hoe ben ik hier gekomen? Waarom wil ik dit doen? Het begint allemaal bij het begrip mannelijkheid. Een begrip wat bij mij voor veel gemixte emoties zorgt. Ik ben een man, ja dat klopt, maar wat houdt dat in? Wat maakt iemand een man? En waarom vind ik het moeilijk om mezelf te identificeren met het begrip ‘mannelijkheid’?

Om hier achter te komen, denk ik dat het waardevol is om te kijken naar de mannen in mijn leven. Hoe hebben mijn relaties en interacties met hen, mijn man zijn gevormd? Door de persoonlijke benadering op te zoeken, hoop ik dichterbij de kern van mijn probleem te komen: wie ben ik als man? En hoe verhoud ik mezelf tot man zijn binnen de gaycommunity, een wereld die extra geobsedeerd lijkt met de term mannelijkheid.  

Waarom heb ik besloten om brieven te schrijven? Omdat ik dacht dat ik daar goed in zou zijn. Vroeger schreef ik naar mijn moeder als ze op vakantie was. Ze ging vaak in haar eentje op reis, omdat ze even weg wilde van mijn vader denk ik. Dus dan zat ik met hem opgescheept en waren we samen verdrietig dat ze weg was. Ik schreef haar dat ze snel weer terug moest komen, dat ik haar miste en dat ik niet wilde dat ze weer weg zou gaan. Het hielp me om dat op te schrijven, om iets op papier te zetten, dan was het uitgesproken. Ik leerde vanaf heel jong al dat ik het nodig had mijn gevoelens te uiten op papier, omdat ik anders uit elkaar zou klappen. Hoe mijn vader met zijn gemis omging weet ik niet zo goed. Ik kan me vooral herinneren dat hij altijd erg chagrijnig ervan werd. Soms werd hij opeens boos en moest ik direct naar m’n kamer voor onbepaalde tijd.  Een keer heeft hij zelfs het paasontbijt afgeblazen omdat mama er niet was en hij niet de pijnlijke confrontatie met die lege stoel aan de eettafel wilde aangaan. Ik denk dat dat zijn manier was, gewoon doorgaan met leven, ontkennen dat er iets anders is, dat er een gemis is. Extra hard werken en nog beter je best doen dan komt het vanzelf weer goed.

Toen ik wat ouder werd bleef mijn moeder regelmatig alleen op vakantie gaan. Ik begreep dat wel, ik had zelf ook weleens behoefte aan een vakantie van mijn vader. Nog steeds miste ik mijn moeder, maar nu vooral omdat de bliksemafleider die zij was, voor de relatie van mij en m’n vader, opeens wegviel. 

Mijn vader en ik werden geconfronteerd met een pijnlijke stilte of luidruchtige ruzies. Ik uitte mijn emoties te veel, hij te weinig, dat is nou eenmaal hoe het was. Je kan een man niet leren kwetsbaar te zijn als alles in zijn wereld hem vertelt dat dat ingaat tegen de natuur van man zijn.

Mannen zijn sterk en standvastig. Laten zich niet gek maken en komen vooral met praktische, rationele oplossingen, zelfs als het om een emotionele kwestie gaat. Ben je gefrustreerd? Ga werken aan die nieuwe order zodat je veel geld kan verdienen. Ben je verdrietig? Sluit je op in je kamer om actiefilms te kijken. Ben je depressief? Stop jezelf vol met snoep, ijs, koek en alles wat los en vast zit. Ik ben een man en ik los het zelf wel op. Nee ik hoef je hulp niet, ben toch geen mietje?! Nee ik huil niet, rot op met je gezeik. Ik heb het gewoon druk, in mijn hoofd. Laat me met rust of ik zal brullen tot je gelooft dat ik sterk ben.

Mijn vader… de grote, sterke, brullende man. Zijn stem overschreeuwend tot hij schor werd. En ik, vurig als ik ben, vol in de tegenaanval, met scherpe opmerkingen en vergelijkingen die mijn vaders pet ver te boven gingen.

Ik wil niet zeggen dat mijn vader slecht is, of dom, of irrationeel. Mijn vader is een man. Hij doet wat mannen doen. Hij houdt van auto’s, is fan van Ajax en heeft een verzameling van alle James Bond films, wat toch wel de ultieme man moet zijn. Hij werkt keihard omdat hij geld moet verdienen om zijn gezin te onderhouden. Lukt hem dat niet, dan heeft hij gefaald als man. Maar vooral, zal hij nooit laten blijken dat iets niet lukt, want dat is een zwakte.

Ergens is het tragisch, mijn vader die zo hard werkt en zo zijn best doet om geld binnen te halen, en ik die dat maar niet kan waarderen.

“Want wat heb ik aan geld als ik je nooit zie?” roep ik tegen hem.

“Ja maar geld verdienen is mijn manier om te laten zien dat ik van jullie hou, je zou wel wat meer dankbaarheid mogen tonen.”

“Ik ben toch geen hoer!? Wiens liefde je kan afkopen met een som geld? Aan de kant geschoven worden na je storting en nog maar dankbaar zijn dat ik in ieder geval lekker eten kan kopen vanavond.”

Mijn vader valt stil. Zijn ogen verraden een wirwar van emoties, hij is boos, verdrietig, terneergeslagen, teleurgesteld, woedend, beledigd en dat allemaal tegelijk. Ik sta te trillen, niet uit angst maar uit adrenaline. Ik heb mijn statement gemaakt, ik ben geen fucking hoer, ik hoef je geld niet. Mijn woorden zijn zorgvuldig gekozen op wat het hardste zal binnenkomen. Misschien omdat ik me niet gehoord voel, misschien omdat ik hem pijn wil doen.  

Mijn vader krimpt in elkaar van het woord hoer. Schelden en grove taal, zeker als die gekoppeld wordt aan seksualiteit, ligt gevoelig. 

Misschien door zijn gelovige opvoeding, misschien omdat hij een klap voor z’n harses zou krijgen als hij zo tegen zijn vader zou spreken.

Mijn vader schreeuwt de longen uit zijn lijf in het stadion. Alle pijn, frustratie en verdriet stort hij uit over de spelers op het veld. Alsof die spelers verantwoordelijk zijn voor zijn gemoedstoestand. Hoe hun trappen de therapie vormen voor het ongeuite gevoel vanbinnen. Nu is er tenminste een duidelijke richting voor alle emotie, en dan mag het.

Ik hou niet van voetbal. Vind het luidruchtig en onnodig agressief, bovendien is het een wereld die geobsedeerd lijkt door het beeld van de stoere, sterke man en ik ben bang dat die wereld mij niet zo ziet. Mijn therapie is schrijven. Praten over mijn gevoelens om ze zo een plekje te geven, ik moet toegeven dat dat een stuk laffer en saaier klinkt dan lekker schreeuwen en schelden met 10.000 man om je heen. Als ik het zo hoor zou ik mezelf ook een zeikerd vinden.

Mijn vader wilde me meenemen naar de Arena, ik zou er niet dood gevonden willen worden. Niet omdat ik mijn vader niet een plezier wilde doen, maar omdat het een plek is die me totaal vreemd is. Het voelt onveilig, alsof ik er niet thuishoor. De voetbalwereld is een waar er nogal makkelijk gescholden wordt met homo of flikker, of een andere originele variatie daarop. Het is een woord om aan te geven dat je slap bent en dat je eens wat ballen moet tonen.

In de documentaire: “Pisnicht the movie” van Nicolaas Veul, wordt die relatie tussen homo en slap zijn onderzocht. En de ironie is, je kan niet winnen binnen zo’n systeem. “Als het je raakt, ben je overduidelijk homo” zegt een van de voetballers in de kleedkamer. Dus je mag er eigenlijk niks van vinden, want als je iets zegt ben je slap en kun je niet tegen een stootje. Hoe zit dat dan met het idee dat je als man voor jezelf op moet komen?

Ik haat voetbal. Snap de noodzaak niet en die hele wereld niet, waarom zou ik me daar dan in willen verdiepen? Achteraf gezien is dat misschien precies de reactie die mijn vader had, toen ik zei dat ik homo was. Wat moet hij nou met een homo zoon? Dat zijn van die mannen die halfnaakt op een bootje staan te dansen toch? Met slappe polsjes en zeikerige stemmetjes. Hoe kunnen die mensen zichzelf man noemen? Het gaat in tegen alles wat je weet van ‘de man’, dat is pas onveilig.

Twee mannen tegenover elkaar in volledig onbegrip. Waar gaat het mis? Hoe kunnen twee mensen, vader en zoon, genetisch aan elkaar verbonden, zo van elkaar verschillen? Het gaat me niet om wie goed of fout zit in deze situatie. Ik denk namelijk niet dat er een objectieve goed en fout is. Het gaat me simpelweg om het feit dat de manier van hoe we ons als man gedragen, hoe we ervoor kiezen ons leven te leiden en onszelf te uiten, zo ver uiteen lijken te liggen.

Ik kan er niet omheen, mijn vader is het eerste beeld van mannelijkheid wat ik tot mij heb genomen. En blijkbaar heeft iets ervoor gezorgd dat ik me daar volledig tegen af ben gaan zetten. Er moeten toch meer manieren zijn om je als man te verhouden tot de wereld? Een manier die niet dicteert wat je wel en niet zou mogen zeggen of doen?

In de zoektocht naar wat het betekent om een man te zijn, in het bijzonder een homoman, spiegel ik mezelf aan mijn betekenisvolle relaties met mannen, uit het verleden en het heden. In de hoop dat het me antwoorden zal bieden, of anders in ieder geval, een gevoel van zingeving.

 

 

Daniël Klunder

Daniël Klunder is een hopeloze romanticus die zijn liefdesleven het liefst op papier verwerkt. Schrijven is zijn manier van z’n gedachten ordenen en verwerken. Zijn teksten zijn dan ook vaak autobiografisch en lezen als oprecht en persoonlijk. Hij laat zich inspireren door thema’s als identiteit, intimiteit en seks. De personages in zijn werk zijn constant aan het reflecteren en psychologiseren. Met een flinke portie ironie probeert hij al zoekend antwoorden te vinden op zijn levensvragen.